vrijdag 17 juni 2011

De Bruid




De bruid

witte bloemen in haar haren
en een sluier voor 't gelaat
lange haren golven neerwaarts
langs het hagelwit gewaad

langzaam loopt zij naar de Bruidegom
die al tijden op haar wacht
even kijkt ze toch nog om
naar 't verleden dat nog lacht

witte pumps volgen de loper
als ze opkijkt ziet ze Hem
haar glanzend haar is rood als koper
en ze praat met zachte stem

ja, ze laat zich door Hem leiden
en haar trouw blijft echt bestaan
nee, ze zal van Hem niet scheiden
zijn geboden houdt ze aan

stralend kijkt ze naar haar Bruidegom
en geeft Hem haar rechterhand
Hij doet haar een gouden ring om
en verheft haar in Zijn stand

trots brengt Hij haar bij zijn Vader
samen staan ze voor zijn troon
als een dochter treedt ze nader
de geliefde van de Zoon

@Corry van Emmerik-Koenekoop


Een bloem in Gods tuin






Laat het Uw liefde zijn, Heer Jezus,
die mij dit jaar 
verder doet openbloeien.
Als een roos, die zich
door licht en warmte opricht
en haar blaadjes openvouwt.

Kom met Uw genade, Heer Jezus,
met de leiding van Uw Geest
en doe mij meer en meer
dichter tot U groeien.

Zodat ik,
als een roos,
mijn hoofd opricht naar boven,
mijn armen in aanbidding hef tot U,
van wie ik zoveel houd.


Bron: @Rita Klapwijk-van der Wal


http://www.gedichtensite.nl/




Maak mij Heer ...


Maak mij Heer tot een tuin van vrede
waar liefde woont en haat vergaat
maak mij tot een werktuig in Uw handen
waar Jezus hoog in 't vaandel staat.

Maak mij een boom geplant aan water
die vruchten geeft gaaf en zoet
waar een mens in nood zich mee kan laven
omdat zij hem leven doet.

Maak mij Heer tot een bloem, die stralend
alleen nog maar Uw geur verspreidt
een geur van Christus, van hier boven
die mensen blij maakt en bevrijdt.

Maak mij Heer zoals U mij bedoeld hebt
een kind van U nederig en klein
maak mij sterk Heer in mijn zwakheid
zodat U in mij Overwinnaar kunt zijn.


@bron: myplaceofpeace

Johannes 15 - De ware Wijnstok







Johannes 15 

De ware wijnstok


1 Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. 2 Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht drage. 3 Gij zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u. 4 Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft. 5 Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen. 6 Wie in Mij niet blijft, is buitengeworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand. 7 Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden. 8 Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt en gij zult mijn discipelen zijn.

Het gebod der liefde
9 Gelijk de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook Ik u liefgehad; blijft in mijn liefde. 10 Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden mijns Vaders bewaard heb en blijf in zijn liefde.
11 Dit heb Ik tot u gesproken, opdat mijn blijdschap in u zij en uw blijdschap vervuld worde. 12 Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad. 13 Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden. 14 Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied. 15 Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt. 16 Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam. 17 Dit gebied Ik u, dat gij elkander liefhebt.


De haat der wereld
18 Indien de wereld u haat, weet dan, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. 19 Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld. 20 Gedenkt het woord, dat Ik tot u gesproken heb: Een slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij mijn woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren. 21 Maar dit alles zullen zij u aandoen om mijn naam, want zij kennen Hem niet, die Mij gezonden heeft. 22 Indien Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, zij zouden geen zonde hebben, maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde. 23 Wie Mij haat, haat ook mijn Vader. 24 Indien Ik niet de werken onder hen gedaan had, die niemand anders gedaan heeft, zouden zij geen zonde hebben; maar nu hebben zij, hoewel zij ze gezien hebben, toch Mij en mijn Vader gehaat. 25 Maar het woord moet vervuld worden, dat in hun wet geschreven is: Zij hebben Mij zonder reden gehaat.
26 Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen; 27 en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het begin aan met Mij.




Door genade ...


Door genade van God ben je behouden, gered door de Here Jezus. Door Zijn genade, die Hij heeft laten zien aan ons door Zijn leven te geven. Door het volbrachte werk van Jezus, kunnen wij genade krijgen bij God. Als je beseft hoe hard je Hem nodig hebt, zal Hij je redden en je vullen met zijn Heilige Geest. Genade voor een ieder die wil komen en Zijn hoofd wil buigen voor Zijn majesteit en wil erkennen dat hij niet zonder Hem kan.

Buig je hoofd voor Hem die er voor zorgt dat je op dit moment kunt in- en uit-ademen en dat je hart nog klopt. Zodat je Hem nog kunt aannemen in je leven en Hem kunt leren kennen voor wie Hij is en wil zijn voor je.

Wijs Hem niet af! Hij wil in jouw leven Zijn liefde verkondigen. Laten zien aan je hoeveel Hij van jou houdt en dat Hij niet wil dat er iemand van Hem gescheiden raakt na dit leven. Wat is jouw bestemming in de eeuwigheid? Durf je dat met zekerheid te zeggen?


Gered door uw genade,
bestemt voor uw gunst,
veilig in uw armen waar ik u vind.
Er is niets zo mooi als u.
Zie uw perfectie en uw vrede in mij,
uw grote trouw is mijn melodie.
Er is niets zo mooi als u.
En ik kijk naar u mijn Heer.
De schepper van het heelal.
En ik sta hier vol ontzag.
In uw glorie.
En ik leef tot eer van u,
Zoon van God, u mijn koning!



Deze dag ...




Deze dag leg IK in jouw hart Mijn vrede en Mijn rust, 
opdat je aanvaarden zou de dageraad, de ochtendstond, 
als een begroeting die je leven doet.
leg jouw hand in de Mijne - 
samen op weg naar groene weiden. 
Ook al is het winter in het land, 
toch kan de zon stralen in jouw hart, 
die de weiden kleurt met frisse ochtenddauw. 
Want heerlijk is 't te beleven Mijn ziel, 
wanneer je van Mij houdt, 
op weg te gaan aan Mijn hand, 
naar groene weiden fris en zacht, 
waar we wandelen kunnen 
langs de stroom van 't levend water, 
waar bloemen zijn geplant 
door Mijn hand, 
waar geestelijke natuur zich vormt tot één geheel, 
vol diepe Liefde van grootheid, 
mijn kind, Ik breng je in de kern van je wezen 
wanneer je ervaren wil Mijn vrede, Mijn helende kracht 
in en rondom je hart. 
Dan zal de geestelijke wind waaien - je koelte bieden 
wanneer pijlen branden in je hart, wanneer zwaarden 
snijden in je hart. 
Dan zal de Waarheid zalven en helen, 
omdat je weet dat Ik, jou Vader, 
huist in de diepte van je leven. 
Daarom, aanvaard Mijn vrede, aanvaard Mijn rust - 
leg je hand in jouw Vaders hand en ga samen op weg, 
wandelend langs de stroom van 't levend water, 
naar de groene weiden van het beloofde Land.


@Bron onbekend  

Mijn hart waar Jezus in woont





                                                                                                                   


Op zekere avond nodigde ik Jezus Christus uit in mijn hart. Hoe kwam Hij binnen! Het was niet iets opzienbarends, emotioneels, maar heel echt. Er gebeurde iets in het diepst van mijn wezen. Hij kwam in de duisternis van mijn hart en deed het licht aan. Hij maakte een vuur in de haard en verdreef de kilte. Hij zette muziek op waar er stilte was geweest, en Hij vulde de leegte met Zijn eigen liefdevolle, wonderbare gemeenschap. Ik heb er nooit spijt van gehad dat ik de deur voor Christus heb opengedaan en dat zal ook nooit gebeuren. 


In de vreugde van deze nieuwe relatie zei ik tegen Jezus Christus: "Heer, ik wil dat dit hart van mij het Uwe is. Ik wil dat U hier Uw intrek neemt en U volkomen thuis voelt. Alles wat ik heb, behoort U toe. Laat me U rondleiden." 


De studeerkamer 


De eerste kamer was de studeerkamer - de bibliotheek. In mijn huis is deze kamer van het denken een zeer kleine kamer met zeer dikke muren. Maar het is een zeer belangrijke kamer. In zekere zin is het de controlekamer van het huis. Hij ging met mij naar binnen en keek om zich heen naar de boeken in de boekenkast, de tijdschriften op de tafel, de schilderijen aan de muren. Toen ik Zijn blik volgde, voelde ik me onbehaaglijk. 


Vreemd genoeg was ik me hier niet eerder van bewust geweest, maar nu Hij daar stond te kijken naar deze dingen voelde ik me beschaamd. Er waren enkele boeken daar die Zijn zuivere ogen niet konden aanschouwen. Op de tafel lagen enkele tijdschriften die een christen niet mag lezen. Wat betreft de schilderijen aan de muren - de voorstellingen en de rede van het denken - sommige daarvan waren schandalig. 


Blozend wendde ik me tot Hem en zei: "Meester, ik weet dat deze kamer opgeruimd en opnieuw ingericht moet worden. Wilt U mij helpen om hem in te richten zoals hij behoort te zijn?" 


"Natuurlijk!" zei Hij. "Ik help je graag. Neem allereerst al de dingen die je leest en waar je naar kijkt, die niet nuttig, zuiver, goed en betrouwbaar zijn, en gooi ze eruit! Leg nu de boeken van de Bijbel op de lege planken. Vul de bibliotheek met De Schrift en overpeins ze dag en nacht. Je zult, wat betreft de schilderijen aan de muren, er moeite mee hebben deze beelden te beheersen, maar Ik heb iets dat zal helpen." Hij gaf me een levensgroot portret van Hemzelf. "Hang dit centraal", zei Hij "aan de muur van het denken." 


Dat deed ik, en ik heb door de jaren heen ontdekt dat wanneer mijn gedachten op Christus Zelf gericht zijn, Zijn zuiverheid en macht ervoor zorgen dat onzuivere gedachten terugdeinzen. Op deze manier heeft Hij me geholpen mijn gedachten onder Zijn gezag te brengen. 


De eetkamer 


Van de studeerkamer gingen we naar de eetkamer, de kamer van trek en verlangens. Ik bracht hier heel wat tijd door en deed erg mijn best om te proberen mijn behoeften te bevredigen. 


Ik zei tegen hem: "Dit is een lievelingskamer. Ik ben er heel zeker van dat U blij zult zijn met wat we opdienen." 


Hij ging met mij aan tafel zitten en vroeg: "Wat krijgen we te eten?" "Wel", zei ik: "mijn lievelingsgerechten: geld, universiteitsgraden en aandelen, met krantenartikelen over roem en rijkdom als bijgerechten. " Dat waren de dingen die ik leuk vond - wereldse kost. 


Toen het eten voor Hem werd neergezet, zei hij niets, maar ik merkte dat Hij het niet opat. Ik zei tegen Hem: "Meester, geeft U niet om dit voedsel? Wat is het probleem?" 


Hij antwoordde: "Ik heb voedsel te eten wat je niet kent. Als je werkelijk voedsel wilt dat je verzadigt, doe dan de wil van de Vader. Hou ermee op naar je eigen genot, verlangen, en voldoening te zoeken. Tracht Hem te behagen. Het voedsel zal je verzadigen." 


Daar gaf Hij me aan tafel iets van de vreugde om Gods wil te doen. Wat een smaak! Er is in de hele wereld niet zulk eten. Alleen dat geeft voldoening. 


De woonkamer 


Van de eetkamer liepen we de woonkamer in. De kamer was intiem en geriefelijk. Ik vond het leuk. Er was een open haard, zwaar gestoffeerde stoelen, een bank, en een rustige sfeer. 


Hij zei: "Dit is inderdaad een heerlijke kamer. Laten we hier vaak komen. Het is rustig en stil, en we kunnen samen gemeenschap hebben." 


Welnu, als jonge christen was ik opgewonden. Ik kon niets bedenken wat ik liever zou willen doen dan een paar minuten in nauwe gemeenschap met Christus. 


Hij beloofde: "Ik zal iedere morgen vroeg hier zijn. Wacht hier op Mij, en we zullen de dag samen beginnen." 


Dus ging ik ochtend na ochtend naar de woonkamer beneden. Hij nam dan een Bijbelboek uit de kast. We sloegen het open en lazen samen. Hij legde mij dan de wonderen van Gods reddende waarheden uit. Mijn hart zong wanneer Hij de liefde en genade die Hij voor me had met me deelde. Het waren fantastische tijden. 


Beetje bij beetje begon, onder druk van vele verantwoordelijkheden, deze tijd echter korter te duren. Ik weet niet zeker waarom. Ik dacht dat ik het te druk had om regelmatig tijd met Christus door te brengen. Dit was niet opzettelijk, begrijpt u. Het gebeurde gewoon op die manier. Ten slotte duurde het niet alleen korter, maar begon ik af en toe dagen over te slaan. Dringende zaken verdrongen de rustige tijden van gesprek met Jezus. 


Ik herinner me dat ik me op zekere morgen, enthousiast om op weg te zijn, naar beneden haastte. Ik ging de woonkamer voobij en merkte dat de deur openstond. 


Toen ik naar binnen keek zag ik vuur in de haard en Jezus zat daar. Plotseling dacht ik vol ontzetting bij mezelf "Hij is mijn gast. Ik heb Hem in mijn hart uitgenodigd! Hij is gekomen als mijn Redder en Vriend, en toch was ik Hem aan het verwaarlozen." 


Ik bleef staan, keerde me om en ging aarzelend naar binnen. Met neergeslagen blik zei ik: "Meester, vergeef me. "Bent U al die ochtenden hier geweest?" 


"Ja", zei Hij. "Ik heb je verteld dat Ik elke morgen hier zou zijn om een ontmoeting met je te hebben. Onthoud dat Ik van je hou. Ik heb je tegen een hoge prijs vrijgemaakt. Ik stel je gemeenschap op prijs. Zelfs al kun je de stille tijd niet ter wille van jezelf houden, doe het dan terwille van Mij." 


De waarheid dat Christus naar mijn gezelschap verlangt, dat Hij wil dat ik met Hem ben en dat Hij op me wacht, heeft, meer dan ieder ander feit, ertoe bijgedragen dat ik mijn stille tijd met God ingrijpend veranderde. Laat God niet alleen wachten in de woonkamer van uw hart, maar maak iedere dag tijd om met uw Bijbel en in gebed, samen met Hem te kunnen zijn. 


De werkkamer 


Al gauw vroeg Hij: "Heeft u een werkkamer in uw huis?" Buiten in de garage van het huis van mijn hart had ik een werkbank en wat gereedschap, maar ik deed er niet veel mee. Heel af en toe rommelde ik dan met een paar kleine dingetjes, maar ik maakte niets belangrijks. 


Ik leidde Hem daar naar buiten. Hij keek boven de werkbank en zei: "Nou, dit is zeer goed ingericht. Wat produceer je met je leven voor het Koninkrijk van God?" Hij keek naar een of twee kleine speeltjes die ik op de bank bij elkaar gegooid had en hield er een naar me omhoog. "Is dit het soort dingen dat je voor anderen doet in je christelijk leven?" 


"Wel", zei ik": "Heer, ik weet dat het niet veel is, en ik wil werkelijk meer doen, maar het lijkt er immers op dat ik geen kracht of vaardigheid heb om meer te doen." 


"Zou je meer willen doen?" vroeg Hij. 
"Beslist", antwoordde ik. 


"Goed. Geef Mij je handen. Ontspan je nu in Mij en laat Mijn Geest door je heen werken. "Ik weet dat je onervaren, onhandig en onpraktisch bent, maar de Heilige Geest is de Meester Werker, en als Hij je handen en je hart leidt, zal Hij door je heen werken. Terwijl Hij achter me kwam staan en Zijn grote sterke handen onder de mijne legde, hield Hij het gereedschap met Zijn vaardige vingers vast en begon door me heen te werken. Hoe meer ik me ontspande en Hem vertrouwde, hoe meer Hij met mijn leven kon doen. 


De recreatiekamer 


Hij vroeg me of ik een recreatiekamer had waar ik voor plezier en gezelligheid naartoe ging. Ik hoopte dat Hij dat niet zou vragen. Er waren bepaalde vriendschappen en activiteiten die ik voor mezelf wilde houden. 


Op zekere avond toen ik met enkele van mijn makkers op stap was, deed Hij me met een oogopslag stilstaan en vroeg: "Ga je uit?" 


Ik antwoordde:"Ja." 
"Goed" zei Hij. "Ik zou met je mee willen gaan." 


"O", antwoordde ik nogal ongemakkelijk. "Ik geloof niet, Heer Jezus, dat U het echt naar de zin zou hebben waar wij naartoe gaan. Laten we morgenavond samen uitgaan. Morgenavond gaan we naar een bijbelstudie in de kerk, maar vanavond heb ik een andere afspraak." 


"Het spijt me", zei Hij. "Ik dacht dat toen Ik in je huis kwam, we alles samen zouden doen, om dikke vrienden te zijn. Ik wil gewoon dat je weet dat Ik bereid ben met je mee te gaan." 


"Welnu", mompelde ik, terwijl ik ongemerkt de deur uitliep: 
"morgenavond gaan we samen ergens heen." 


Die avond bracht ik enkele ellendige uren door. Ik voelde me ellendig. 


Wat voor een vriend was ik voor Jezus, om Hem opzettelijk buiten mijn leven te sluiten, door dingen te doen en naar plaatsen te gaan waarvan ik zeer goed wist dat Hij het daar niet naar de zin zou hebben? 


Toen ik die avond terugging, was er een licht in Zijn kamer, en ik ging naar boven om het met Hem uit te praten. Ik zei: "Heer, ik heb mijn lesje geleerd. Ik weet nu dat ik geen fijne tijd kan hebben zonder U. Van nu af aan zullen we alles samen doen." 


Toen gingen we naar beneden naar de recreatiekamer van het huis. Hij veranderde hem ingrijpend. Hij bracht nieuwe vrienden, nieuwe vreugde. 
Sinds die tijd klinken gelach en muziek door het huis. 


De gangkast 


Op zekere dag trof ik Hem aan terwijl Hij bij de deur op me wachtte. Hij had een dwingende blik in Zijn ogen. Toen ik binnenkwam, zei Hij tegen me: "Er is een opmerkelijke stank in het huis. Er moet hier ergens iets doods liggen. Het is boven. Ik geloof dat het in de gangkast is." 


Zo gauw Hij dit zei, wist ik waar Hij het over had. Er was een kleine kast daarboven op de overloop, van ongeveer een vierkante meter. In die kast, achter slot en grendel, had ik een of twee persoonlijke dingetjes waarvan ik niet wilde dat iedereen het wist. Ik wilde beslist niet dat Christus ze zag. Ik wist dat het dode en rottende dingen waren die uit mijn oude leven waren overgebleven. Ik wilde ze zo graag voor mezelf dat ik bang was om toe te geven dat ze daar waren. 


Met tegenzin ging ik met Hem naar boven, en toen wij de trap op liepen werd de stank doordringender. Hij wees naar de deur. Ik was boos. Dat is de enige manier waarop ik het kan zeggen. Ik had Hem toegang gegeven tot de bibliotheek, de eetkamer, de woonkamer, de werkkamer, de recreatiekamer, en nu had Hij het over een kleine kast van 50 x 100 cm. Ik zei bij mezelf: "Dit is te veel. Ik ga Hem de sleutel niet geven." 


"Nou ja", zei Hij, terwijl Hij mijn gedachten las: "als je denkt dat Ik hierboven op de tweede verdieping ga blijven met deze stank, dan vergis je je. Ik ga naar buiten op de veranda." Toen zag ik Hem de trap af lopen. 


Wanneer men Christus leert kennen en liefhebben, is het zien dat Hij Zich als vriend terugtrekt het ergste wat er kan gebeuren. Ik moest me gewonnen geven. 


"Ik zal U de sleutel geven", zei ik bedroefd, "Maar U zal de kast moeten opendoen en hem opruimen. Ik heb de kracht niet om het te doen." 


"Geef me gewoon de sleutel", zei Hij. 
"Geef Me de volmacht om voor die kast te zorgen en Ik zal het doen." 


Met bevende vingers gaf ik Hem de sleutel. Hij nam hem, liep naar de overkant naar de deur, opende die, ging naar binnen, nam al de stinkende spullen die daar lagen weg te rotten en gooide ze weg. Toen maakte Hij de kast schoon en verfde die. Het werd in een mum van tijd gedaan. O, wat een overwinning en opluchting, nu dat dode ding uit mijn leven was! 


Het eigendomsrecht overdragen 


Er kwam een gedachte bij me op. "Heer is er enige kans dat U het beheer van het hele huis op U wilt nemen en het bestieren zoals U dat met de kast gedaan hebt? Wilt U de verantwoordelijkheid op U nemen dat mijn leven wordt zoals het hoort te zijn." 


Zijn gezicht begon te stralen: "Dat wil Ik heel graag! Dat wil Ik doen. Je kunt in eigen kracht geen overwinnend christen zijn. Laat Mij het door je en voor je doen. Zo gaat het. Maar Hij voegde er langzaam aan toe: "Ik ben maar een gast. Ik heb geen volmacht om door te gaan, aangezien het eigendom niet van Mij is." 


Terwijl ik op mijn knieën viel, zei ik: "Heer U bent een gast geweest en ik ben de gastheer geweest. Van nu af aan zal ik de dienstknecht zijn. Wilt U de eigenaar en Meester zijn?" 


Terwijl ik zo snel als ik maar kon naar de brandkast holde, haalde ik de eigendomsakte van het huis tevoorschijn waarin de baten en lasten, lokatie en ligging beschreven waren. Enthousiast droeg ik het huis voor tijd en eeuwigheid aan Hem alleen over. "Alstublieft," zei ik: "hier is alles wat ik ben en heb, voor eeuwig. Beheert U het huis nu maar. "Ik zal gewoon als knecht en vriend bij U blijven." 


De dingen zijn veranderd vanaf de tijd dat Jezus Christus Zijn intrek genomen heeft en Zich thuis voelt in mijn hart. 





@Robert Boyd Munger 
Bron: http://www.mib-gouda.nl/index.php